Vijf handige voorleestips

Vijf handige voorleestips

Hoe maak je het voorlezen nu echt fantastisch? Hier 5 handige tips!

1. Kies een boek dat je aanspreekt

Kies een boek dat je zelf ook graag leest. Er is zoveel keuze en het ene boek spreekt je gewoon meer aan dan het andere. Zorg er wel voor dat het past bij de interesses en belevingswereld van jouw kind. Of kijk of het aansluit bij een bepaald thema zoals samen spelen of feestvieren. Behalve het onderwerp, zijn er natuurlijk ook veel verschillende soorten boeken: prentenboeken, sprookjes en rijmpjes. Probeer het soort boek een beetje af te wisselen, dan maakt je kind kennis met verschillende soorten teksten.

2. Bekijk samen de voorkant van het boek

Voordat je gaat lezen kun je samen de afbeelding op de voorkant bekijken. Probeer vast te bedenken over wie het verhaal gaat en wat er gaat gebeuren. Je bouwt hiermee de spanning op voordat het voorlezen echt begint.

3. Wat doe je met moeilijke woorden?

Kinderen kunnen 'moeilijke' woorden gerust aan. Vaak begrijpen ze uit het verhaal wel wat die woorden betekenen. Je kunt een woord eenvoudig uitleggen, bijvoorbeeld zo: “Aan de oever... dat is aan de kant van de rivier.” Zo leg je het kort uit en loopt het verhaal lekker door. Soms kun je bij een moeilijk woord iets aanwijzen op een tekening in het boek.

4. Stel vragen over het verhaal

Om het verhaal nog levendiger te maken kun je vragen stellen tijdens het lezen, bijvoorbeeld “Wie zou jij willen zijn of wat zou jij gedaan hebben?” Zo ontstaat er vaak een gesprekje. Zorg er wel voor dat het geen test wordt of je kind het wel heeft begrepen. Laat het vooral leuk zijn!

5. Gekke stemmetjes?

Het is helemaal niet nodig om met verschillende stemmetjes voor te lezen. Je kunt soms wel je stem wat harder of juist zachter maken. Je vindt vaak vanzelf de juiste toon. Hiermee help je je kind ook nog eens het verhaal beter te begrijpen. Als het boek een beetje gek is, dan kun je natuurlijk wel andere stemmetjes doen. Dat doe je dan meestal zelfs automatisch.